Terug naar de vorige pagina

Economische ontwikkeling

Mondelinge geschiedenis - deel 6: over het thema Economische ontwikkeling

Deze rubriek beschrijft drie werkvelden: in de eerste plaats de agrarische werking. Lees meer hierover in ‘De agrarische werking – landbouw’ en beluister het interview met Elisabeth Colombie-Thomas uit Wannegem-Lede die samen met haar echtgenoot deelnam aan maar liefst 19 agrarische reizen. In de tweede plaats het project mondiale vorming, opgestart bij de ‘vernieuwing’ van de Stichting Lodewijk de Raet in 1970, opgetekend door Annie Van Speybroeck. Ten slotte een overzicht van het project socio-economische problematiek, opgetekend door Marc Matthijssens die toch ook het gezicht was van dit project.

Deel 1: De agrarische werking - Landbouw

Lees meer over
De start waren studiedagen over agrarische problemen en agrarische reizen
De landbouwreizen gingen op zoek naar de eigen positie van de agrarische bevolking
Stijgende belangstelling voor de problemen in land- en tuinbouw
Hoe het eindigde

De start waren studiedagen over agrarische problemen en agrarische reizen 

Van bij de start van haar werking in 1950 heeft Stichting Lodewijk de Raet aandacht besteed aan agrarische problemen en dit zowel met studiedagen en –weekends als met agrarische reizen. 

In de eerste jaren concentreerden de studiedagen zich vooral op diverse aspecten van ‘grond’: ‘Het probleem der kleine boeren in het Waasland’; ‘Gezondmaking van verzuurde gronden’; Bodempolitiek in België’; ‘Waterzieke gronden’; e.a. Meerdere volkshogeschoolreizen gingen naar Nederland en waren gewijd aan een combinatie van agrarische problemen en streekontwikkeling.  

In 1960 werd een Agrarische Commissie opgericht met docenten en hoogleraren van de ‘KUL’ en ‘Rijkslandbouwhogeschool Gent’. Ze ontwierpen studieweekends (bv. ‘Onze landbouw in de gemeenschappelijke markt’; ‘Toekomst van het platteland’) om ze meerdere keren in het Vlaamse land aan te bieden. 

Begin jaren zestig startten ook uitwisselingsprogramma’s met Nederland, bv. ‘Excursie in België’ van een groep studenten van de Landbouwhogeschool uit Wageningen; bezoek van een groep West-Vlaamse landbouwers aan de ‘Noordoost Polder en andere landbouwgebieden in Nederland’; e.a.

De landbouwreizen gingen op zoek naar de eigen positie van de agrarische bevolking 

Uit de bezieling van de leden van de Agrarische Commissie groeiden tenslotte de Landbouwreizen. Zo ging de commissie in 1965 zelf op studiereis naar Tsjecho-Slowakije. 

Geëvolueerd van een jaarlijks bescheiden peil aan activiteiten kwam er in 1968 een nieuwe impuls met 16 activiteiten: studiedagen, -weekends en -reizen. De werking van Stichting Lodewijk de Raet wou de agrarische bevolking een beter inzicht geven in haar eigen positie. In de samenleving voltrok zich een zogenaamde ‘agrarische revolutie’ door het jaarlijks wegvallen van arbeidskrachten, landbouwbedrijven en hectare goede grond voor landbouwproductie. 

De gespannen sfeer in de landbouwsector zal nog jaren aanslepen en voorwerp blijven van thema’s voor studiedagen en -weekends.  

De landbouwreizen die aanvankelijk studiereizen waren naar buurlanden (Nederland, Duitsland) kenden een groei met ook verre bestemmingen zoals Amerika, Canada, e.a. Zij vormden een bijzondere vorm van vormingswerk, het waren ‘cursussen van langere duur’ met twee volwaardige cursusleiders. Op elke reis volgde een verslag en een terugkomdag. 

Stijgende belangstelling voor de problemen in land- en tuinbouw 

Midden de jaren 70 stijgt de belangstelling van niet-agrariërs voor de problemen van land- en tuinbouw zoals: de problemen van voedselbevoorrading in de wereld, het behoud van een natuurlijk leefmilieu, de kwaliteit van voeding, e.a. Dit gegeven en het feit dat de landbouw zich niet verder wil laten isoleren vraagt voor de toekomst van de agrarische werking een nieuwe aanpak. Concreet kwam er de daaropvolgende jaren i.s.m. de Landbouwfaculteit van U.G. jaarlijks een landelijk colloquium, gericht naar het brede publiek. Thema’s van deze colloquia waren o.a.: “Landbouwsyndicalisme in België”; “De prijs van boer tot verbruiker”; “Landbouw en gewestplan”; “Nieuw exportbeleid voor landbouwproducten”; “Boerenmarkten en de verkoop op de hoeve”; “Inkomensongelijkheid in de landbouw”; “Waarheen met de melk?”; “Aspecten van de plattelandsontwikkeling”; “Milieueisen en de toekomst van land- en tuinbouw”; “Liberalisering van de wereldhandel voor landbouwproducten” e.a. 

Opvalt hoe verschillende van deze thema’s nog jarenlang actueel blijven. 

Daarnaast bleven jaarlijks meerdere agrarische reizen plaatsvinden naar Europese en andere bestemmingen zoals Spanje, China, Australië, Zuid-Afrika, Noord-Italië, Hongarije, Israël, Sovjet-Unie, Bretagne, Polen, Portugal, Zweden, Cuba, USA, Canada, Marokko, Ierland, Baltische Staten, Senegal, Brazilië, Japan, e.a. 

Hoe het eindigde 

In 1995 vierde de Landbouwfaculteit van UG zijn 75e verjaardag. In het gedenkboek verscheen een overzicht van de jarenlange samenwerking tussen de Agrarische Werking van Stichting Lodewijk de Raet en de Landbouwfaculteit.

De volledige agrarische werking werd bijna 50 jaar gedragen door vrijwilligers. Wegens overlijden of te drukke beroepsbezigheden vonden de laatste colloquia in 1998 en 1999 plaats samen met UG en Wervel (Werkgroep voor Rechtvaardige en Verantwoordelijke Landbouw). 

De laatste agrarische reizen hadden in 1997 plaats.

Auteur: Annie Van Speybroeck, april 2018

Deel 2: Project Mondiale Vorming 

In 1970 betekende de vernieuwing in de werking van Stichting Lodewijk de Raet de start van het Project Mondiale Vorming. 

De bedoeling was drieledig:

  1. organiseren van studiedagen “Mondiale Vorming” voor de regionale comités
  2. cursussen kaderopleiding voor het jeugd- en volwassenenwerk en animatoren van actiegroepen Derde Wereld
  3. cursusweken voor leerlingen van de hoogste klas middelbaar onderwijs 

In het begin stonden de studieweekends en cursussen ’Derde Wereld en onze verantwoordelijkheid’; ‘Het model Tanzania’; ‘De methode Paolo Freire’; e.a. in het teken van kennisoverdracht. Daarom besteedde de Stichting veel aandacht aan documentatie zoals statistische gegevens, bibliografieën, achtergrondartikels, materiaal van verschillende UNO-organisaties, enz.  Na verloop van tijd verplaatste de klemtoon zich van “informatie leidend tot actie” naar “strategie voor mentaliteitsverandering” met een noodzakelijke dienstverlening aan actiegroepen.  

De ingewikkelde, internationale sociaaleconomische en politieke problematiek stelde hoge eisen aan de methodiek van deze vormingsprogramma’s. Toch leverde het project een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het bewustmakingswerk in Vlaanderen door kadertraining enerzijds en workshops die horizontaal verbinden anderzijds. 

De Stichting stelde echter vast dat het moeilijk was om, behalve bij groepen van bewuste jongeren, belangstelling te wekken voor internationale problemen. 

Nadat in 1972 programma’s met aandacht voor de derde UNCTAD-Wereldhandelsconferentie succesvol hadden plaatsgevonden, besloot de Stuurgroep van het Project Mondiale Vorming zich ook in 1975 te concentreren op sensibilisatie en informatie over UNCTAD IV in Nairobi. Ze richtte een projectgroep “Unctad IV” op, waarbij een groot aantal organisaties zich aansloten.  

Door het succes van de projectgroep en het feit dat de stafmedewerker van de Stichting Lodewijk de Raet ontslag nam werd het secretariaatswerk van deze projectgroep overgedragen aan het Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking. 

Dit had in 1976 tot gevolg dat de werking van het project Mondiale Vorming werd stopgezet. 

Auteur, Annie Van Speybroeck, april 2018

Annie Van Speybroeck (° Sleidinge, 1950). Hele loopbaan (46 jaar) tewerkgesteld bij Stichting Lodewijk de Raet in verschillende functies: secretaresse voorzitter; secretaresse Kadercentrum voor Kultureel Werk; secretaresse vrouwenproject; administratief coördinator en tenslotte als bestuurssecretaris. Na haar pensionering bleef ze actief als lid van de Raad van Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de Stichting en volgt ze in het bijzonder de werking van de cluster “Actief na pensioen - Voorbereiding op pensioen”. Passies buiten de Stichting zijn lezen en fotografie.

Deel 3: Project socio-economische problematiek  

Lees meer over
Het geestelijk erfgoed van Lodewijk de Raet
De maatschappelijke en economische context bepaalde het vormingsaanbod
Wat deed het socio-economisch project?
De socio-economische aspecten van de regionalisering
Het einde van het socio-economisch project

Het geestelijk erfgoed van Lodewijk de Raet 

Lodewijk De Raet was een Vlaams econoom (1870-1914), die binnen de toenmalige Vlaamse Beweging pleitte voor de socio-economische ontwikkeling van Vlaanderen als noodzakelijke hefboom voor politieke macht en culturele ontvoogding.

Logisch toch dat de Stichting die zijn naam draagt deze thematiek in haar vormingspakket opnam. Uiteraard bepaalde de maatschappelijke en economische context van de zeventiger jaren het vormingsaanbod. 

De maatschappelijke en economische context bepaalde het vormingsaanbod 

We hadden net de eerste oliecrisis achter de rug (1973). Sommigen zagen hierin een bevestiging van de eindigheid van de economische groei (zie De Club van Rome). De groei van de 'golden sixties' begon hoe dan ook te sputteren: de markten van de traditionele consumptiegoederen raakten verzadigd. Onze open economie binnen de Europese Economische Gemeenschap werd steeds gevoeliger voor de internationale concurrentie. De verhuizing  van de Vlaamse textiel naar de lage loonlanden was hiervan een voorbeeld. Onze verouderde industriële sectoren zoals staal en steenkool maakten herstructureringen noodzakelijk. De macht van het buitenlands kapitaal nam in die jaren alsmaar verder toe; het waren de voorlopers van wat we later de 'globalisering' zouden noemen. 

De steile klim van de werkloosheid én de hoge inflatie kenmerkten de crisis. De overheid werd geacht de maatschappelijke schokken op te vangen. Samen met de zogenaamde 'wafelijzerpolitiek' (evenveel voor Wallonië als voor Vlaanderen) stapelden de budgettaire tekorten zich op: de overheidsschuld nam een hoge vlucht. De tweede olieschok (1979-1980) verdiepte de crisis. Dit alles zou leiden tot een pijnlijke sanering in de jaren 80! (regering Martens V, met devaluatie én blokkering van de loonindex). 

Op het communautaire vlak probeerden de toenmalige CVP, BSP, VU en FDF in 1977 een globale staatshervorming door te voeren in het Egmontpact. Deze poging mislukte en het zou wachten zijn tot 1980 voor een nieuwe maar onvolledige staatshervorming... 

Wat deed het socio-economisch project? 

Uiteraard bepaalde de inhoud de methodiek. In de eerste plaats organiseerden we een reeks grote colloquia waar we mogelijke oplossingen voor de werkloosheid bestudeerden: “Arbeidsduurvermindering”, “Reconversie in de investeringsstructuur”,“Het Derde Arbeidscircuit”, “Economie en staatshervorming”. 

Daarnaast brachten we overal te lande de regionaal-economische problemen ter sprake; soms resulteerde dit in een projectgroep (bv Midden West-Vlaanderen, de Westhoek en de Kempen) die erin slaagde de medewerking van alle kringen te verkrijgen voor de ontwikkeling van de streek. 

Langer durende cursussen zoals 'Onze tewerkstelling bedreigd door de derde wereld?' en 'Wij en de Derde Wereld' brachten jongeren en leden van actiegroepen samen. 

Later werd in de provinciale Volkshogescholen de basiscursus “Kritische inleiding tot de economie” geprogrammeerd: uit de belangstelling bleek de behoefte aan een socio-economische basisvorming voor volwassenen. 

Het project leverde input aan de cursussen van het project leefmilieu en later in de campagne van “de Wakkere Burger” (plaatselijke tewerkstelling, energiebesparing, vernieuwbouw). 

De socio-economische aspecten van de regionalisering 

Provinciale colloquia namen het Egmontpact kritisch onder de loupe met specifieke aandacht voor de positie van de Brusselse Vlamingen. Een projectgroep bestudeerde de socio-economische aspecten van de regionalisering.  

Het einde van het socio-economisch project 

Een nieuwe subsidieregeling (het decreet van 1978) die enkel rekening hield met het aantal vormingsuren, maakte dat dit projectvoor de Stichting economisch onleefbaar én dus beëindigd werd.

Auteur: Marc Matthijssens, november 2018

Marc Matthijssens (Wilrijk, °1951), Lic. Toegepaste Economische Wetenschappen, Antwerpen1974, Postgraduaat Ontwikkelingssamenwerking R.U.G. 1975, wetenschappelijk medewerker R.U.G voor het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiëen (1976-1977), stafmedewerker Project socio-economische problematiek bij de Stichting Lodewijk de Raet (1976-1982), vanaf 1982 medewerker bij de Christelijke Mutualiteit: regionaal directeur CM Antwerpen (1987-1992), directeur Informatica LCM (1992-1996), en personeelsdirecteur LCM (1996-2011)