Vijfde bouwsteen: waardering

 

motivatie04

 

De bouwstenen zijn op zich noch voldoende, noch noodzakelijke voorwaarden, maar kunnen elk, afhankelijk van de concrete situatie een hefboom zijn om motivatie duurzamer te maken.

Competentie, autonomie en verbinding zijn drie universele, psychologische basisbehoeften. Aspiraties en waarden koesteren en ernaar handelen werkt autonoom motiverend. Waardering, geconcretiseerd in waarderend samenwerken, zien we als spil, waarmee we willen aanduiden dat het elk van de vier andere pijlers ondersteunt.

Dit inzicht groeide gaandeweg het project en we vonden er ondersteuning voor in een artikel van Coert Visser 'Self-determination theory meets solution focused change' (hier te downloaden).

Waarderend samenwerken kan ervoor zorgen dat mensen meer autonomie in hun werk ervaren.

Wat je kan doen...

  • Je kan aan hen vragen waar ze zelf naartoe willen, wat hun gewenst toekomstbeeld is.
  • Je moedigt hen aan om zelf oplossingen in te brengen voor problemen.
  • Je laat ruimte aan anderen om mee invloed uit te oefenen op het gesprek op vlak van de richting, het waartoe en waarover van het gesprek
  • Je geeft suggesties eerder dan aanbevelingen.
  • Je gebruikt de woorden en voorbeelden van de andere.
  • Je benadrukt en bevraagt het aandeel en de bijdrage van de andere in wat er is verwezenlijkt.

Waarderend samenwerken kan ervoor zorgen dat mensen zich competenter voelen.

Wat je kan doen...

  • Je benadrukt en bevraagt wat mensen in hun mars hebben, wat ze (wel) kunnen of nog kunnen ontwikkelen.
  • Je verkent succeservaringen en positieve uitzonderingen (wanneer het probleem zich minder stelde) en de rol die de andere daarin heeft gespeeld.
  • Je geeft positieve feedback. Dat kan direct (“goed gedaan!”) en indirect (“Hoe heb je dat klaar gespeeld!?”). Die indirecte positieve feedback kan ook als het niet goed gaat: “Hoe heb je dat volgehouden?”.
  • In plaats van kritiek te uiten, aangeven wat je de andere anders wil zien doen in de toekomst en wat daar voor jou de verwachte gunstige gevolgen van zijn.

Waarderend samenwerken kan ervoor zorgen dat mensen zich verbonden voelen.

Wat je kan doen...

  • Je luistert en geeft weer wat je denkt dat de andere wil zeggen, en vooral stel je ook veel vragen.
  • Je verkent en houdt rekening met de gewenste toekomst van de andere.
  • Je geeft positieve feedback. En je vertaalt en verwoordt negatieve kritiek in een uitnodiging om het anders te doen, samen met een concrete suggestie van wat anders te doen.
  • Je herkadert negatieve gebeurtenissen of gedrag naar iets dat (ook) positief is. Falen zien als een kans tot leren. Als iemand faalt, kan je ook de bereidheid appreciëren dat hij of zij iets nieuws probeert of de lat hoger legt, als dat het geval is. En storend gedrag te zien als een valkuil van een kwaliteit. Drammerig gedrag kan voortkomen uit een kwaliteit, bijvoorbeeld het feit dat iemand in iets gelooft en ervoor wil gaan.
  • Je vraagt naar wat de positieve gevolgen van het gewenst toekomstbeeld of van de voorgestelde oplossing zouden zijn voor anderen. “Hoe zou je baas het beleven dat je meer het woord neemt in vergaderingen?” Of je vraagt naar wat voor anderen concrete oplossingen zouden zijn: “Hoe zou je collega merken dat het project beter loopt?”

Waarderend samenwerken kan ervoor zorgen dat mensen helderder zicht krijgen op wat ze echt belangrijk vinden (waarden) en wat ze willen teweeg brengen (aspiraties). 

Wat je kan doen...

  • Je nodigt anderen uit om realistisch te dromen, om in de verbeelding te gaan naar de plek waar ze het liefst zouden zijn. En om die dromen ook werkbaar te maken door samen een realistische voorstelling te maken van hoe het beter kan zijn. Impliciet in die droom zitten waarden en aspiraties, d.i. wat ze belangrijk en nastrevenswaardig vinden. Je kan die helpen benoemen.
  • Je kan anderen niet alleen waarderen voor wat ze kunnen (competenties), maar ook voor wat ze willen, wat hen “drijft”. Een onderhoudstechnicus heeft misschien het vermogen om heel waakzaam te zijn voor hoe productieprocessen lopen (kunnen), en daarachter kan er een bekommernis zijn voor de veiligheid op de werkvloer (willen). Fysieke veiligheid is voor hem dan een belangrijke waarde.
  • Als anderen zich in een moeilijke situatie bevinden, kan je helpen waarderen van wie ze echt steun krijgen (connection), hen aanmoedigen om zich in te leven in de situatie van mensen die een gelijkaardige of nog lastigere situatie bevinden (compassion), en van daaruit onderzoeken hoe ze ook anderen kunnen helpen om daar goed mee om te gaan (contribution). Dit zijn de 3C’s van O’Hanlon (2006). Vooral mededogen en bijdragen kunnen inspiratie bieden om zicht te krijgen op eigen waarden en aspiraties.
.