Vierde bouwsteen: aspiraties en waarden

 motivatie03

 

Naast de psychologische basisbehoeften zegt de Zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan (1985, 2000) ook iets over verschillende soorten motivatie.

De meeste mensen zijn bekend met het klassieke onderscheid tussen intrinsieke motivatie en extrinsieke motivatie. 

In motivatietheoriën wordt het onderscheid gemaakt  tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie.

“Intrinsieke motivatie” houdt in dat iemand een bepaalde activiteit (bijvoorbeeld een slide presentatie maken) onderneemt omdat hij of zij deze activiteit op zichzelf prettig of interessant vindt.  Intrinsieke motivatie is doorgaans een bron van vitaliteit, voldoening, zingeving. Wie intrinsiek gemotiveerd is, heeft interesse, doorzettingsvermogen, vertrouwen, energie en voelt zich autonoom.

“Extrinsieke motivatie” houdt in dat niet de activiteit het doel is, maar een middel om iets anders te bereiken. Bijvoorbeeld hard werken om promotie te maken. De mogelijkheid tot promotie motiveert dan het harde werk.

Onderzoek toont aan dat wie intrinsiek gemotiveerd is doorgaans meer interesse heeft, meer zelfvertrouwen bij de uitvoering van de taak, langer volhoudt, creatiever en performanter is. Vanuit het perspectief van duurzaamheid kan je stellen dat extrinsieke motivatie minder duurzaam is, omdat de motivatie terugloopt als de prikkel wegvalt.

De Zelfdeterminatietheorie voegt hieraan een derde soort toe: autonome motivatie. Mensen kunnen ook van binnenuit gemotiveerd zijn om extrinsieke doelen na te streven. Zo iemand is dan gemotiveerd omdat hij/zij het doel of de taak belangrijk, betekenisvol of waardevol vindt.  Dit brengt ons bij de vierde bouwsteen van duurzame motivatie. Deze vierde bouwsteen staat voor de mate waarin mensen:

  • inzicht hebben in hun waarden en aspiraties, en
  • uitzicht hebben op hoe ze die kunnen waar maken op of via hun werk. 

Aspiratie staat voor een drijfveer,  maar tegelijkertijd ook voor iets dat we willen waarmaken, een verlangen dat we vorm willen geven in de wereld. De vraag “waarvoor ga je naar je werk?” kunnen we beantwoorden met een hele reeks van motieven, zoals “in mijn levensonderhoud voorzien”, “ergens bij horen”, “leren en groeien”, “bijdragen tot een betere wereld”, …

Deze drijfveren hangen ook weer samen met waarden, dingen die voor ons belangrijk zijn, ertoe doen. Net zoals aspiraties kunnen zij nooit geheel bereikt worden, maar wel een leiddraad bieden. Veel waarden zijn onbewust, ze zijn gebaseerd op wat we hebben meegekregen in onze opvoeding.

Waarden en aspiraties geven toegang tot autonome motivatie omdat ze raken aan wat we in ons hart belangrijk vinden. Hoe bewuster we ons zijn van onze waarden en drijfveren, hoe meer we zin en betekenis kunnen geven aan ons leven en ons werk, en des te hoger onze motivatie. De motivatie die hieruit voortkomt is duurzaam omdat het mensen weerbaar maakt tegen minder gunstige arbeidsomstandigheden. Zij kunnen aan waarden en aspiraties een betekenis ontlenen voor hun werk, en zijn beter in staat hun werk in te vullen in functie van wat écht belangrijk voor hen is.

Voorbeeld:

Een klerk in een hotel, een poetsvrouw, een kassierster hebben mogelijk in hun beleving routineus, weinig uitdagend werk zonder veel autonomie. En toch kunnen ze veel voldoening vinden in de vriendelijkheid en hulpvaardigheid die ze in contacten met anderen aan de dag leggen. Ze maken hun dag elke dag opnieuw vanuit een waardegedrevenheid (zie Barry Schwartz over “practical wisdom” op www.ted.com) die hun werk de moeite waard maken. Omgekeerd kan een psychotherapeut of consultant die bijzonder veel autonomie heeft en zich behoorlijk bekwaam voelt in wat hij doet, zich toch niet helemaal bevredigd voelen in het werk dat hij doet. En dit omdat hij zijn werk niet gekoppeld krijgt aan waarden en aspiraties.  

Door deze vierde bouwsteen te versterken wakker je het beste in mensen aan.

Wat je kan doen om waarden en aspiraties bewust, bespreekbaar en zichtbaar te maken:

  • vraag medewerkers naar wat hen bezighoudt, naar wat hen boeit in hun werk,
  • vraag hen waarvoor ze hun werk doen, waarmee zij het verschil willen maken,
  • geef zelf ook aan wat voor jou belangrijke waarden zijn,
  • maak samen een teamcharter waarin gemeenschappelijke waarden en aspiraties benoemd worden,
  • laat teamleden elkaar bevragen over hun aspiraties. 

Geïnteresseerd in meer theorie over autonome motivatie?

De Zelfdeterminatie voegt iets toe aan het klassieke onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Mensen kunnen ook van binnenuit gemotiveerd zijn door extrinsieke doelen na te streven. Waar het dan om gaat, is hoe men dergelijke doelen nastreeft.

Een voorbeeld ter verduidelijking:
Iemand kan extrinsiek gemotiveerd zijn om een bepaalde regel te volgen - bijvoorbeeld de maximumsnelheid van 30km in de omgeving van een school- niet omdat dat zo prettig is, maar omdat de persoon dit zelf zinvol vindt. Het volgen van de regel dient dan een doel dat de persoon waardevol vindt.
Er is een groot verschil met het volgen van een regel om straf - in dit geval een verkeersboete - te vermijden. In het eerste geval ervaart de persoon ook een mate van autonomie en vrijheid, in het tweede geval ervaart iemand dwang.

Volgens de Zelfdeterminatietheorie zijn er drie manieren waarop iemand zichzelf ertoe beweegt om zo een extrinsiek doel na te streven, m.a.w. om iets te doen dat men niet noodzakelijk graag doet.

  1. externe regulatie genoemd. Dit houdt in dat iemand een bepaald gedrag vertoont om te kunnen beantwoorden aan externe druk (bijvoorbeeld zich aan verkeersregels houden om een boete te vermijden). Het gedrag hangt dan vaak samen met de pakkans.
  2. De tweede manier wordt geïntrojecteerde regulatie genoemd. Iemand gaat dan iets doen omdat hij zich anders schuldig voelt, of een gevoel van schaamte heeft. Iets doen ‘omdat het hoort’. De externe druk wordt nu een innerlijke stem van geboden en verboden.
  3. De derde vorm wordt geïdentificeerde regulatie genoemd. Dit type geldt wanneer een individu zich identificeert met de doelen en de waarden (bijvoorbeeld zich aan de verkeersregels houden omdat men dat zelf belangrijk vindt). Een activiteit wordt als zinvol ervaren, niet omdat ze zo prettig is, maar omdat ze aansluit bij de eigen doelen en waarden. Ook in dit geval ervaart de persoon een gevoel van autonomie en keuze. Daar persoonlijke waarden de drijfveer zijn, vergt dit gedrag minder inspanning en zal het eerder energie geven.

Omdat de component van de vrije wil (zelfdeterminatie) sterk aanwezig is, wordt deze vorm van extrinsieke motivatie aangeduid als autonome motivatie. Deze motivatie is minder afhankelijk van wisselende omstandigheden. In die zin is identificatie duurzamer dan introjectie, en introjectie duurzamer dan externe regulatie. De theorie stelt ook dat mensen die autonome gemotiveerd zijn meer zelf aansturen op de vervulling van hun psychologische basisbehoeften. Dit wordt ondersteund door onderzoek. Omdat de meeste mensen in werksituaties niet altijd de kans hebben om alleen maar activiteiten te verrichten die ze graag doen, biedt deze autonome motivatie veel aanknopingspunten voor de motivatie op het werk. Dit brengt ons bij een vierde pijler van duurzame motivatie.

Onderstaand schema geeft een overzicht van de verschillende vormen van motivatie (naar: Deçi & Ryan, 2000)

   > verder naar vijfde bouwsteen

.